14 september 2017

Iedereen doet mee! Dat is het uitgangspunt dat ik overal terug hoor als het over het VN-verdrag gaat. Hoe anders was dat voor mij. Ik was net 19 jaar geworden en woonde nog bij mijn ouders. Bij het aanvragen van een invalidenparkeerkaart (ik had net mijn rijbewijs gehaald) werd ik er door een ambtenaar van de gemeente op gewezen dat ik een uitkering kon aanvragen, de AAW. Eigenlijk was ik daar al laat mee. We hadden er geen moment bij stilgestaan dat ik aanspraak zou kunnen maken op een uitkering, ik ging gewoon naar school. Net als de andere kinderen in ons gezin.

Bij de aanvraag van de uitkering moest ik medisch gekeurd worden bij de GMD, een voorloper van het huidige UWV. De arts die ik trof vroeg mij naar mijn toekomst plannen. Die had ik en vertelde ik enthousiast. Ik was bezig met het laatste jaar VWO en wilde gaan studeren. Net als mijn zus en broer. Nederlands recht was het plan. En dat leek me een geweldig plan. Lekker stoer studeren in de 'grote' stad. Het avontuur lonkte. Daar dacht de keuringsarts anders over. Hij sprak de woorden: 'waarom blijf je niet fijn bij je ouders wonen? Je krijgt toch een goede uitkering?'

De rest van het gesprek kan ik me niet herinneren, ik was te zeer geschokt. Mijn moeder vertelde later dat ik helemaal van slag was. Waren mijn toekomstdromen zo onwaarschijnlijk? Was ik een dromer die inderdaad beter thuis kon blijven? Gelukkig heb ik me niet laten weerhouden van mijn toekomstplannen. Ik heb mijn studie rechten afgerond, zelfs nog een jaar in het buitenland gestudeerd en ben bij de rijksoverheid aan de slag gegaan. Daar heb ik flink wat jaren kunnen werken alvorens ik helaas heb moeten afhaken. Werken werd voor mij fysiek te zwaar. Moraal van dit verhaal? Laten we niet vergeten dat we van ver komen. Van 'doe nou niet' naar mee doen of zelfs mee moeten doen is nogal een omslag. Persoonlijk zit ik daar nog steeds van bij te komen. Ik heb zelf enorm moeten knokken om er te komen. 'Gewoon' studeren en een baan. Het was geen makkelijke weg.

En nu staat 'inclusie' op de agenda. Mijn hoop is dat iedereen de kans krijgt zijn talenten en mogelijkheden te benutten. Daar worden we als samenleving en individu een stuk gelukkiger van. En als dat een beetje normaler wordt en wat makkelijker kan, nou graag.

 Noëlle Nefs-Arts

Noëlle Nefs-Arts

5 juli 2017

Ooit naaide ik slabbetjes op de dagbesteding van de instelling waar ik woon. Er waren daar geen mogelijkheden om iets nieuws te leren en ik werkte maar 2 uur per dag. Ik was depressief en heb veel thuisgezeten.

Maar op een gegeven moment werd ik me ervan bewust dat ik veel meer kon dan slabbetjes naaien. Dat was tijdens een cursus ‘Die ken ik’ van de LFB. Dit is een belangenvereniging door en voor mensen met een verstandelijke beperking.

Tijdens die cursus besloot ik dat ik bij de LFB wilde gaan werken. Daar zou ik nieuwe dingen kunnen leren en dat wilde ik graag. Maar van mijn instelling moest ik op de dagbesteding blijven werken.

Ik heb toen om hulp gevraagd aan de cliëntenvertrouwenspersoon van mijn instelling. Ik heb uitgelegd dat ik graag ander werk wilde gaan doen en verder wilde leren, maar dat ik niet weg mocht van de dagbesteding. Mijn ouders wisten hiervan en stonden volledig achter mij. Zij hebben mij altijd gestimuleerd mijn eigen keuzes te maken. Daardoor en door mijn eigen doorzettingsvermogen, is het mij gelukt de dagbesteding achter me te laten.

Mijn ervaring is dat mensen met een beperking in een zorginstelling vaak worden betutteld en dat hun familie en hun begeleiders hen niet los durven te laten. Het is dus heel belangrijk dat zij in hun omgeving iemand hebben die in eigen regie gelooft.

Doordat mijn ouders mij mijn eigen keuzes lieten maken, zit ik nu veel beter in mijn vel. Ik ben sterker geworden door mijn werk bij de LFB en mijn gezondheid is veel beter. Ik ben niet meer depressief en voel mij gewaardeerd en gelukkig. Bij de LFB kan ik me inzetten voor iets wat echt bij mij past: het waarmaken van het VN-verdrag en moeilijke taal gemakkelijker maken. En in plaats van 2 uurtjes per dag, werk ik nu 32 uur per week!

En mijn ouders? Ook die zijn heel gelukkig, want zij hebben hun oude dochter weer terug. Hierdoor hoeven zij zich minder zorgen te maken over mij.

Ik deel dit verhaal, omdat ik ouders, verwanten, begeleiders en WMO-consulenten wil oproepen mensen met een beperking de regie over hun eigen leven (terug) te geven. Zo kunnen ook zij zich ontwikkelen en meedoen in de samenleving!

 Jeanet

Jeanet

3 juli 2017

Het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap is inmiddels bijna een jaar van kracht in Nederland. Het verdrag verplicht de overheid en de samenleving ervoor te zorgen dat mensen met een beperking vanzelfsprekend mee kunnen doen in de samenleving. Net zoals ieder ander mens. Het verdrag roept op tot gelijkwaardigheid en non-discriminatie, maar ook tot respect, het vieren van diversiteit en het op alle terreinen betrekken van ervaringsdeskundigen. Verder roept het verdrag in artikel 8 iedereen op tot het bevorderen van het bewustzijn over de inhoud van het VN-verdrag, zodat de rechten van mensen met een beperking geëerbiedigd en waargemaakt worden.

In deze blog staat een heel belangrijk artikel centraal: artikel 12 over gelijkheid voor de wet. Dit artikel zegt dat mensen met beperkingen net zo behandeld moeten worden als mensen zonder beperkingen. De wet mag in principe dus geen uitzonderingen maken. In het uitzonderlijke geval dat dat wel nodig is, moet de zeggenschap van mensen zo goed mogelijk gewaarborgd worden. Dit artikel gaat dus eigenlijk over jouw recht om zelf beslissingen te nemen: eigen regie en zeggenschap.

Niet gediscrimineerd worden

Een van de belangrijkste kernrechten in het VN-verdrag is het recht om niet gediscrimineerd te worden. Art. 4 zegt bij de algemene verplichtingen: de overheid moet ervoor zorgen dat mensen met een beperking op geen enkele manier gediscrimineerd worden. Dit kernrecht komt eigenlijk in heel veel artikelen terug, zoals artikel 5 over gelijkheid en non-discriminatie, artikel 10 recht op leven of artikel 19 zelfstandig wonen. Ook artikel 12 is er een uitwerking van.

Inhoud artikel 12

Artikel 12 garandeert dat mensen met een beperking voor de wet gelijk zijn aan mensen zonder beperking. Dat betekent dat mensen met een beperking overal als volwaardig persoon erkend en behandeld moeten worden. Zodat ze op voet van gelijkheid hun leven kunnen inrichten. Maar ook zelf keuzes kunnen maken over hoe en waar ze willen wonen, werken en leren. Met wie ze willen omgaan, waar ze hun geld aan uit willen geven of welke talenten ze willen ontwikkelen. Daarvoor is het nodig dat mensen met een beperking toegang krijgen tot de juiste ondersteuning en informatie om zo hun leven zelfstandig in te kunnen richten. Hierbij moeten ze zo veel mogelijk zelf de touwtjes in handen kunnen hebben en houden.

Handelingsbekwaam

Soms kunnen mensen helemaal niet, of slechts deels, zelf beslissingen nemen. Voor dit soort situaties bestaan er oplossingen zoals voogdij, bewindvoering, mentorschap of ondercuratelestelling. Volgens het VN-verdrag moet de overheid dit soort oplossingen zó regelen dat wat iemand met een beperking wil en waar hij recht op heeft zo goed mogelijk gerespecteerd wordt. Er mag geen sprake zijn van tegengestelde belangen. Daarnaast moet de oplossing die gekozen wordt, zo kort mogelijk duren. Ook moet voorkomen worden dat er misbruik van wordt gemaakt. Er moet regelmatig worden beoordeeld of de oplossing nog passend is voor deze persoon. De persoon met een beperking moet zo goed mogelijk ondersteund worden bij het nemen van zijn beslissingen. Kortom: er moet alles aan gedaan worden om mensen optimale zeggenschap en regie te laten hebben over hun eigen leven.

Financiën

Dit geldt ook voor het zelf kunnen regelen van je financiële zaken. Maar dat niet alleen. Volgens het VN-verdrag moet ook de toegang tot bijvoorbeeld een lening bij de bank, een hypotheek of het afsluiten van een verzekering goed geregeld zijn voor mensen met een beperking. Ook hier komt het niet-discrimineren weer om de hoek kijken.

Wet gelijke behandeling

Sinds 2003 bestaat in Nederland de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ). Deze wet beschermt tegen discriminatie en sluit dus aan bij het kernrecht op non-discriminatie. Dankzij deze wet kunnen mensen met een (langdurige) beperking beter voor zichzelf opkomen en dus beter meedoen. De wet geldt jammer genoeg niet altijd. Wel wordt de wet steeds verder uitgebreid. Eerst was de wet alleen van toepassing op bijvoorbeeld werk, openbaar vervoer en wonen. Maar sinds de ratificatie van het VN-verdrag geldt de wet gelijke behandeling ook voor goederen en diensten zoals cultuurinstellingen en sportverenigingen. Dat betekent dat ook leveranciers van goederen en diensten rekening moeten houden met mensen met een beperking of een chronische ziekte en dat zij hen niet mogen discrimineren.

Wil je meer weten over dit belangrijke artikel? Bekijk dan de onderstaande links.

Heleen Hartholt

26 juni 2017

Het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap is inmiddels bijna een jaar van kracht in Nederland. Het verdrag verplicht de overheid en de samenleving ervoor te zorgen dat mensen met een beperking vanzelfsprekend mee kunnen doen in de samenleving. Net zoals ieder ander mens. Het verdrag roept op tot gelijkwaardigheid en non-discriminatie, maar ook tot respect, het vieren van diversiteit en het op alle terreinen betrekken van ervaringsdeskundigen. Verder roept het verdrag in artikel 8 iedereen op tot het bevorderen van het bewustzijn over de inhoud van het VN-verdrag, zodat de rechten van mensen met een beperking geëerbiedigd en waargemaakt worden.

In deze blog staat artikel 25 centraal, over het recht op gezondheid en overige artikelen die met zorg te maken hebben.

Inhoud artikel 25

Artikel 25 zegt dat de overheid alle passende maatregelen moet nemen om mensen met een beperking toegang te geven tot het hoogst haalbare niveau van gezondheidszorg, inclusief revalidatie. Ze hebben recht op hetzelfde aanbod met dezelfde kwaliteit en volgens dezelfde normen voor gratis of betaalbare gezondheidszorg als mensen zonder beperking.

Diensten vanwege beperking

Daarnaast roept het artikel op om die diensten te regelen die mensen met een beperking vanwege hun beperking nodig hebben. Denk aan persoonlijke ondersteuning, medische zorg, advies en fysiotherapie. Deze diensten moeten zo dicht mogelijk bij mensen beschikbaar zijn. Verder moeten specialisten mensen met een beperking dezelfde diensten verlenen als mensen zonder beperking. Bovendien hebben mensen met een beperking het recht om hun eigen zorgverlener te kiezen. Dat past ook bij artikel 19. Hierin staat het recht centraal om in de samenleving te participeren en dezelfde keuzemogelijkheden te hebben als anderen.

Acceptatie ziektekostenverzekering en levensverzekering

Verder mogen mensen met een beperking niet gediscrimineerd worden bij de acceptatie voor een ziektekostenverzekering en een levensverzekering. Ook is het niet toegestaan hun de toegang tot gezondheidszorg en -diensten te ontzeggen vanwege hun beperking. Kortom: zorgverzekeraars mogen mensen niet weigeren vanwege hun beperking en ze mogen er ook niet méér voor moeten betalen.

Vrijheid, veiligheid en vrijwaring van geweld en misbruik

Het onderwerp gezondheid en zorg hangt nauw samen met de artikelen 14, 15 en 16 van het VN-verdrag. In deze artikelen gaat het om het waarborgen van de veiligheid en vrijheid van mensen met een beperking. Het hebben van een beperking mag geen vrijheidsontneming rechtvaardigen (art 14). Denk aan het vastbinden van mensen met psychische of ernstige verstandelijke beperkingen, gedwongen medicatie van mensen met dementie, gedwongen opname of het gebruik van de isoleercel bij ‘verwarde personen’. Dwang komt helaas ook in Nederland nog veel voor. Denk maar aan Brandon, een jongen met een verstandelijke beperking die vastzat aan een ketting aan de muur. Artikel 15 gaat daarom ook in op de vrijwaring van foltering en andere wrede en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing.

Bescherming van persoonlijke integriteit

Artikel 16 focust op het voorkómen van uitbuiting, geweld en misbruik, zowel binnen- als buitenshuis, met alle maatregelen die nodig zijn. De overheid moet zorgen dat er voldoende passende hulp en ondersteuning en informatie beschikbaar is om misbruik en geweld te voorkomen. Artikel 17 gaat in op de bescherming van de lichamelijke en geestelijke integriteit van mensen met een beperking. Het gaat er bijvoorbeeld om dat je geen zorg en behandeling tegen je wil krijgt of dat er geen medische experimenten gedaan worden zonder jouw toestemming.

Er zijn 3 wetsvoorstellen die de mogelijkheden voor dwang in de zorg verruimen en dus in strijd zijn met het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap. Het gaat om de onderstaande voorstellen:

  • wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg (WVGGZ, 32399)
  • wetsvoorstel zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk beperkte cliënten (WZD, 31996)
  • wetsvoorstel forensische zorg (WFZ, 32398)

Meer informatie:

Heleen Hartholt

23 juni 2017

Alex de Vos is een van de VN-ambassadeurs in het project VN-ambassadeurs aan de slag. Deze week deelt hij in 4 blogs zijn ervaringen rondom werken met een beperking. Deze blog is de laatste in de reeks: Alex vertelt hoe het is om te werken in de sociale werkvoorziening.

Na 3 jaar te hebben geleefd van een uitkering, mocht ik in mei 1996 eindelijk aan de slag bij het SW-bedrijf in Zeeuws-Vlaanderen. Een mooi bedrijf, waar ik het nog altijd prima naar mijn zin heb.

“Mijn functie, werkplek en de omstandigheden waaronder ik mijn werk moet doen, zijn afgestemd op mijn beperkingen.”

Op mijn afdeling worden printplaten geproduceerd. Hierbij neem ik de logistiek voor mijn rekening. Ik heb een magazijn met elektronicacomponenten onder mijn beheer, die tijdens de productie op de printplaten worden geplaatst. Mijn functie, werkplek en de omstandigheden waaronder ik mijn werk moet doen, zijn afgestemd op mijn beperkingen. Ik kan mijn aangeleerde kwaliteiten helemaal inzetten in deze functie. Om tot de gewenste resultaten te komen, is het nodig om efficiënt, nauwkeurig en geconcentreerd te werk te gaan. Het is altijd anders en dus nooit saai.

“Hier werk je als gelijken.”

Een van de grote voordelen van bij een SW-bedrijf werken, is dat al je collega’s begrijpen hoe het is om met een beperking te moeten leven. Hier werk je als gelijken! Ook onze leidinggevenden geven ons de mogelijkheid om zelfstandig ons werk te doen waar dat mogelijk is en komen ons waar nodig te hulp. Dit geeft rust, vertrouwen en veel voldoening. Ik voel mij ook absoluut niet opgesloten. Integendeel, ik ben trots op mijn werk en dat mag heel Nederland weten. Ik praat net zo over mijn werk als ieder ander.

“In het bedrijfsleven ben je de uitzondering.”

In het bedrijfsleven is het maar de vraag of je geaccepteerd wordt door je collega’s. Daar ben je de uitzondering! Je hebt vaak niemand om mee op te trekken en je wordt aan je lot overgelaten. Het is ook maar de vraag of je het werk krijgt dat echt bij je past en waarmee je al je talenten aanspreekt.

Alex

In een SW-bedrijf is veel meer oog voor het evenwicht tussen werkdruk, het volgen van een opleiding en de thuissituatie. Ook zijn er doorgroeimogelijkheden. Ze proberen hier te zorgen dat iedereen het juiste evenwicht vindt om goed te kunnen functioneren. Als dat niet zou gebeuren, zou mijn lichaam volledig blokkeren. Dit is iets waar ik heel voorzichtig mee moet omgaan.

“SW-bedrijven zijn voor mensen met een beperking van levensbelang.”

Het is vaak de stapeling van beperkingen die ervoor zorgt dat mensen met een beperking niet zomaar ergens geplaatst kunnen worden. Voor mij zijn dat een aantal lichamelijke beperkingen en een leerachterstand van een aantal jaren. Ik heb dat allemaal wel kunnen compenseren, maar je kunt het helaas niet wegpoetsen. In het bedrijfsleven is hier - begrijpelijk - geen oog voor. Daarom zijn SW-bedrijven voor mensen met een beperking van levensbelang.

Conclusie:

SW-bedrijven hebben een heel belangrijke functie voor mensen met een beperking. Deze bedrijven geven hun vertrouwen, ondersteuning en de werkomgeving die nodig is om er iets van te maken. Ze zorgen er ook voor dat mensen met een beperking volwaardig aan de samenleving mee kunnen doen. Ze kunnen op deze manier zelf in hun levensbehoeften voorzien. Door de cao is het mogelijk om een fatsoenlijk inkomen op te bouwen. Dat is echt hard nodig, omdat mensen met beperking vaak veel meer kosten hebben om te kunnen functioneren.

“SW-bedrijven zorgen ervoor dat mensen met een beperking volwaardig aan de samenleving mee kunnen doen.”

Lees ook de vorige blogs van Alex: blog 1, blog 2 en blog 3

22 juni 2017

Alex de Vos is een van de VN-ambassadeurs in het project VN-ambassadeurs aan de slag. Deze week deelt hij in 4 blogs zijn ervaringen rondom werken met een beperking. Deze blog is de 3e in de reeks en gaat over leven met een uitkering.

Zoals je in mijn blog over mijn arbeidsverleden in het vrije bedrijfsleven kon lezen, werd ik in 1993 ontslagen bij mijn 2e werkgever. Daarna ging ik via de WW de bijstand in. Deze situatie zou uiteindelijk 3 jaar duren.

Het was erg moeilijk om in die periode het hoofd boven water te houden. Gelukkig had ik enkele mensen in mijn omgeving die mij door deze tijd heen geholpen hebben. Ik ben hen daar tot de dag van vandaag heel erg dankbaar voor. Ze hebben ervoor gezorgd dat ik contact heb gehouden met de samenleving.

“Nu kwam ik er pas echt achter wat de gevolgen waren van mijn beperkingen in relatie tot de arbeidsmarkt.”

Maar het was ook een tijd van veelvuldig solliciteren met evenveel teleurstellingen. Nu kwam ik er pas echt achter wat de gevolgen waren van mijn beperkingen in relatie tot de arbeidsmarkt. Zonder dat men het met zo veel woorden durfde te zeggen, was de boodschap eigenlijk dat ik niet meer geschikt was voor de vrije arbeidsmarkt. Men wilde mij niet meer in dienst nemen. Einde oefening met het vrije bedrijfsleven.

“Veel mensen met een beperking zitten gevangen in hun eigen huiselijke omgeving zonder perspectief op een betere toekomst.”

Door die 3 jaar waarin ik van een uitkering leefde, weet ik heel goed wat het is om in een uitkering te zitten en welke gevolgen dit heeft. Er zijn veel mensen met een beperking die er niet voor kiezen om thuis te zitten. Een deel van deze mensen kan en mag zelfs niet aan het werk, omdat hun beperking of ziekte dit onmogelijk maakt. Ze zitten gevangen in hun eigen huiselijke omgeving zonder perspectief op een betere toekomst. Als we niet oppassen, raken deze mensen in een isolement. Met alle gevolgen van dien.

“De kosten van de zorg hebben grote gevolgen voor mensen met een beperking.”

Sommige zorgvoorzieningen maken het mogelijk voor mensen met een beperking om aan het werk te komen of te blijven. Fysiotherapie is daar een voorbeeld van. Chronisch zieke mensen met allerlei soorten aandoeningen moeten gemiddeld 2 keer per week naar de fysio om nog een beetje te functioneren. Ze hebben hierdoor het duurste pakket van de zorgverzekeraar nodig en zelfs dat is vaak nog lang niet voldoende. Het eigen risico komt hier nog bovenop. Het gaat hier om mensen die al niet veel te besteden hebben en op deze manier steeds verder in de problemen komen. De kosten van de zorg hebben dus grote gevolgen voor mensen met een beperking.

AlexConclusie:

Het is belangrijk dat er goed gekeken wordt naar de mensen met een beperking die thuis zitten met een uitkering. Ze moeten goede en professionele ondersteuning krijgen om stapjes voorwaarts te kunnen zetten. Zo kunnen ze weer aansluiting met de samenleving krijgen en weer aan het werk. Er moet voorkomen worden dat ze in een isolement komen. Ze horen de zorg te krijgen die ze nodig hebben om hun kansen op meedoen aan de samenleving te vergroten. En er moet alles aan gedaan worden om de mensen met een beperking die nu werk hebben, hun werk te laten behouden.

“Mensen met een beperking die thuis zitten met een uitkering moeten goede en professionele ondersteuning krijgen om stapjes voorwaarts te kunnen zetten.”

Lees ook de vorige blogs van Alex: blog 1, blog 2

21 juni 2017

Alex de Vos is een van de VN-ambassadeurs in het project VN-ambassadeurs aan de slag. Deze week deelt hij in 4 blogs zijn ervaringen rondom werken met een beperking. Blog 2 gaat over zijn ervaring met leerwerktrajecten.

In mijn blog over mijn arbeidsverleden in het vrije bedrijfsleven kon je al lezen dat ik mijn loopbaan ben begonnen met een leerwerktraject. In deze blog vertel ik hier meer over.

Na het behalen van mijn LTS-diploma heb ik een tijdje gesolliciteerd. Uiteindelijk mocht ik aan de slag bij een elektrotechnisch installatiebedrijf. Er werd de voorwaarde gesteld dat ik ging doorleren via het leerlingwezen. Het werd de opleiding tot elektromonteur. Het theoriegedeelte ging naar behoren en ik heb de deelcertificaten behaald. Zelfs die voor assistent-technicus.

“Ik kon het tempo in de praktijk niet aan.”

Alex

De praktijk was een heel ander verhaal. Hier kwamen mijn beperkingen weer duidelijk naar voren. Ik kon het tempo niet aan. Het verschil met de andere werknemers was te groot. Het gevolg was dat mijn contract niet verlengd werd.

 

Ik heb nog geprobeerd om de opleiding af te maken bij mijn volgende werkgever, maar dat is jammer genoeg niet gelukt. Dit leerwerktraject via het bedrijfsleven is dus in schoonheid gestorven.

Maar het is niet helemaal voor niets geweest. Ik werk nu in de elektronica en ik heb nog steeds profijt van het theoriegedeelte van het leerwerktraject.

 

“Opnieuw werd ik genegeerd en buitengesloten, maar deze keer kon ik zelf voor een oplossing zorgen.”

Jaren later kwam ik via het SW-bedrijf waar ik nu werkzaam ben, weer in een leerwerktraject terecht. Opnieuw werd ik genegeerd en buitengesloten. Maar deze keer kon ik zelf voor een oplossing zorgen. In overleg met mijn leiding en de leraren op het ROC werd besloten dat ik mijn opleiding volledig zelfstandig zou vervolgen. Hierdoor kon ik in 7 jaar 3 vakdiploma’s op het gebied van magazijnbeheer halen. Een vorm van passend onderwijs heeft dus het verschil gemaakt.

Conclusie:

Het leerwerktraject vanuit het bedrijfsleven is niet gelukt. Het leren via het SW-bedrijf op het ROC wel. Dit heeft te maken met hoe men in een SW-bedrijf met mensen met een beperking omgaat. Ze laten mensen met een beperking leren en werken op het niveau dat ze aankunnen. Zo kunnen ze het beste uit zichzelf halen en komen ze veel verder dan men ooit voor mogelijk had gehouden. Passend onderwijs is hier van belang. Door begeleiding en extra tijd en aandacht kunnen de gewenste resultaten geboekt worden. Het bedrijfsleven daarentegen is gericht op presteren. Werknemers moeten flexibel en multi-inzetbaar zijn. Dit is voor veel mensen met een beperking te hoog gegrepen.

Dankzij passend onderwijs kon ik in 7 jaar 3 vakdiploma’s op het gebied van magazijnbeheer halen.

Lees ook de vorige blog van Alex

20 juni 2017

Alex de Vos is een van de VN-ambassadeurs in het project VN-ambassadeurs aan de slag. Deze week deelt hij in 4 blogs zijn ervaringen rondom werken met een beperking. Deze 1e blog gaat over zijn arbeidsverleden in het vrije bedrijfsleven.

In 1983 haalde ik mijn LTS-diploma. Daarna ben ik de arbeidsmarkt opgegaan. Mijn ervaringen met het vrije bedrijfsleven zijn wisselend. Er zijn dingen absoluut niet gelukt en andere dingen gingen een hele tijd goed totdat geld een rol ging spelen.

“Mijn 1e werkgever hield geen rekening met mijn beperking.”

Bij mijn 1e werkgever heb ik 1 jaar gewerkt. Hij zag mij net als al zijn andere werknemers en hield geen rekening met mijn beperkingen. Hij liet mij deelnemen aan een leerwerktraject, maar toen hij zag dat ik het werktempo niet aankon, kreeg ik een opdracht waarvan hij wist dat die te hoog gegrepen was voor mij. Ik heb het wel geprobeerd, maar het ging volledig verkeerd. Het gevolg was dat hij een aanleiding had om mijn contact niet te verlengen. Dat is dan ook gebeurd.

Enkele maanden later ging ik aan de slag bij mijn 2e werkgever. Daar werd ik uitgeleend aan een groot bedrijf. In het magazijn beheerde ik de onderdelen van het storingsmagazijn, en het beheer en de planning rondom de werkzaamheden voor het uitwisselen van defecte elektromotoren. Dat was heel nauwkeurig en verantwoordelijk werk. Fouten hadden grote gevolgen op het gebied van veiligheid en de financiën. Het was aangepast werk zonder dat mijn werkgever en ik ons hier bewust van waren. Er was tijd en ruimte om mijn werk naar behoren te doen en men was heel tevreden over mij. Gelukkig hadden ze de financiële ruimte om mij op die manier te laten werken.

Maar in 1993 ging het mis. Door bedrijfseconomische omstandigheden vielen er ontslagen. Ook ik moest weg. En omdat mijn eigen werkgever niet bereid was mij ander werk aan te bieden, werd ook ik ontslagen.

Alex in magazijn

“Mijn 2e baan was een lot uit de loterij.”

Als ik terugkijk op deze periode, was die 2e baan een lot uit de loterij. Ik kon er de technieken inzetten die ik geleerd had om met mijn beperkingen te kunnen functioneren. Ik heb bij dit bedrijf heel veel geleerd en een mooi salaris verdiend.

De kans dat ik in de toekomst in een soortgelijke situatie aan de slag kan, lijkt mij zeer klein. Of er moet weer een lot uit de loterij voorbijkomen.

Conclusie:

Werken met een beperking kan dus wel, maar dan moet wel echt alles mee zitten. Geld mag geen spelbreker zijn, want dan gaat het alsnog mis. Zoals ook in mijn situatie is gebeurd. Het is van groot belang om mensen met een beperking op de juiste plaats te laten werken. Ze moeten geaccepteerd worden door hun collega’s en met respect behandeld worden. Er moet rekening gehouden worden met hun beperkingen, maar zeker ook met hun kwaliteiten. Ze hebben vaak meer tijd nodig om hun werkzaamheden uit te voeren. Voldoende begeleiding, vertrouwen, beperking van de werkdruk en voldoende financiële middelen zijn cruciaal om het een succes te laten worden.

19 juni 2017

Het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap is inmiddels bijna een jaar van kracht in Nederland. Het verdrag verplicht de overheid en de samenleving ervoor te zorgen dat mensen met een beperking vanzelfsprekend mee kunnen doen in de samenleving. Net zoals ieder ander mens. Het verdrag roept op tot gelijkwaardigheid en non-discriminatie, maar ook tot respect, het vieren van diversiteit en het op alle terreinen betrekken van ervaringsdeskundigen. Verder roept het verdrag in artikel 8 iedereen op tot het bevorderen van het bewustzijn over de inhoud van het VN-verdrag, zodat de rechten van mensen met een beperking geëerbiedigd en waargemaakt worden.

In deze blog staat artikel 27 centraal, over het recht van personen met een beperking op werk, op voet van gelijkheid met anderen.

Inhoud artikel 27

Het recht op werk houdt volgens het VN-verdrag in dat mensen met een beperking de mogelijkheid hebben om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Met werk waar ze zelf voor kiezen. Net als ieder ander. Hierbij moeten zowel de werkgevers als de werkomgeving toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. De overheid heeft de plicht dit recht te waarborgen en ervoor te zorgen dat artikel 27 nageleefd wordt. Dit kan zij doen door passende maatregelen te nemen, bijvoorbeeld in de vorm van wetgeving. Maar ook door voorlichting en informatie te geven.

Discriminatie

Artikel 27 geeft duidelijk aan dat mensen met een beperking op geen enkele manier gediscrimineerd mogen worden als het gaat om werk. Ze mogen bijvoorbeeld niet anders behandeld worden tijdens het sollicitatieproces en moeten dezelfde carrièremogelijkheden hebben als mensen zonder beperking. Ook hebben ze recht op gelijke kansen en beloning en een veilige en gezonde werkomgeving. Daarnaast geeft dit artikel heel duidelijk aan dat mensen met een beperking niet gedwongen mogen worden om arbeid te verrichten.

Bevorderen kansen werk en carrière

Om hun kansen op werk en het maken van carrière te vergroten (of een bestaande baan te kunnen behouden), hebben mensen met een beperking recht op ondersteuning. Bijvoorbeeld in de vorm van arbeidsbemiddeling. Daarnaast hebben ze het recht op toegang tot beroepskeuzeprogramma’s, beroepsonderwijs en vervolgopleidingen. Verder moet de overheid bevorderen dat ze werkervaring kunnen opdoen en een eigen bedrijf kunnen opstarten als ze dat willen.

Aanpassingen op de werkplek

Mensen met een beperking hebben het recht op aanpassingen die zij nodig hebben om hun werk te kunnen doen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een lift, een rolstoeltoegankelijk toilet of een zit-/stabureau. Maar ook aanpassingen aan computers en beeldschermen, een brailletoetsenbord of een prikkelarme omgeving vallen hieronder. Daarnaast kun je denken aan begrijpelijke werkafspraken, een jobcoach, scholing en aangepaste werktijden.

Artikel 26 en artikel 28

Artikel 27 is nauw verbonden met artikel 26 en 28. Artikel 26 gaat over habilitatie. Dit artikel geeft aan dat er doeltreffende en passende maatregelen genomen moeten worden om mensen met een beperking in staat te stellen een zo onafhankelijk mogelijk leven te leiden. Hun behoeften en mogelijkheden staan daarbij centraal.

Artikel 28 bepaalt dat de overheid moet zorgen voor een behoorlijke levensstandaard. Het aanbieden van gerichte inkomensondersteuning is daarom een belangrijke taak van de overheid.

Op de onderstaande sites kun je meer lezen over wat artikel 27 betekent voor gemeenten:
Uitleg over VN-verdrag en de Participatiewet (pdf)
Uitleg over VN-verdrag: De Cliëntenraad aan zet (pdf)
Handreiking voldoende inkomen (pdf)

Organisaties die zich ook met dit onderwerp bezighouden:
Landelijke Cliëntenraad
De Normaalste Zaak
Ieder(In)

Heleen Hartholt

15 juni 2017

Ik reis 3 keer per week met de trein van Den Haag naar mijn werk in Hilversum en over het algemeen ben ik daar best tevreden over. Natuurlijk, het kan een keer gebeuren dat een trein door onvoorziene omstandigheden vertraagd is of helemaal niet rijdt.

Maar waar ik me pas écht aan stoor, is de enorm gebrekkige communicatie die daarop volgt. Net alsof de NS elke keer het wiel opnieuw moet uitvinden.

“De informatieschermen lopen altijd achter op de omgeroepen informatie.”

Voor iemand die goed hoort, is de onduidelijke communicatie al vervelend. Maar als je de omroepen niet kunt horen of verstaan, zoals de vele doven en slechthorenden in ons land, voel je je pas écht hulpeloos. De informatieschermen lopen namelijk altijd achter op de omgeroepen informatie.

Renske

2 weken geleden nog. Ik was net overgestapt en zat op Utrecht Centraal te wachten in de trein richting Hilversum. De trein had al een paar minuten geleden moeten vertrekken en ik zag de mensen om me heen onrustig worden. Sommigen pakten hun telefoons erbij om de app te checken (die 5 minuten vertraging aangaf, ik checkte hem zelf ook) en anderen keken door het raampje naar het informatiescherm op het perron, waar niks bijzonders op stond.

Nog weer wat later zag ik mensen hun oortjes uitnemen. Blijkbaar werd er iets omgeroepen, maar ik had geen idee wat. En blijkbaar was de informatie voor niemand duidelijk, want af en toe liepen er mensen de trein uit, maar de rest bleef zitten. En er kwamen ook nog steeds nieuwe mensen de trein binnen.

Intussen liet het informatiescherm nog steeds geen bijzonderheden zien. Uiteindelijk gaf de app aan dat de trein gecanceld was en ben ik de trein uitgestapt.

 “Je voelt je knap hulpeloos als je de omroepen niet kunt horen en iedereen als een kip zonder kop rondrent.”

Deze keer viel de chaos nog mee, omdat ik zo in een volgende trein kon stappen. Maar het is meer dan eens gebeurd dat er complete chaos heerste op Utrecht Centraal en dat er maar één ding op de informatieschermen stond: ‘Let op de omroep’. Dan voel je je knap hulpeloos als je die omroepen niet kunt horen en iedereen als een kip zonder kop rondrent. Gelukkig kwam ik tot nu toe altijd wel een collega tegen in zo’n situatie.

Wie via Twitter zijn beklag doet, krijgt altijd hetzelfde te horen van de NS: wat vervelend voor je, we geven je ervaring intern door!

Intussen moeten al duizenden doven en slechthorenden de afgelopen jaren over de gebrekkige informatievoorziening geklaagd hebben. Maar is er in al die jaren ook maar íets veranderd? Helaas!

“Ik moet er niet aan denken afhankelijk te zijn van de omroepen als er een terroristische aanslag gaande is.”

Volgens het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap, hebben wij het recht om ons zelfstandig te verplaatsen en moeten we toegang hebben tot de informatie die we daarvoor nodig hebben. De NS-app is een enorme stap vooruit (voor iedereen), maar is niet up-to-date als de situatie op het spoor in het honderd loopt. Het is belangrijk dat niet alleen de app, maar ook de informatieschermen op het perron én in de trein zo snel mogelijk de juiste informatie laten zien. Ik moet er niet aan denken afhankelijk te zijn van de omroepen als er een terroristische aanslag gaande is.

12 juni 2017

Het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap is inmiddels bijna een jaar van kracht in Nederland. Het verdrag verplicht de overheid en de samenleving ervoor te zorgen dat mensen met een beperking vanzelfsprekend mee kunnen doen in de samenleving. Net zoals ieder ander mens. Het verdrag roept op tot gelijkwaardigheid en non-discriminatie, maar ook tot respect, het vieren van diversiteit en het op alle terreinen betrekken van ervaringsdeskundigen. Verder roept het verdrag in artikel 8 iedereen op tot het bevorderen van het bewustzijn over de inhoud van het VN-verdrag, zodat de rechten van mensen met een beperking geëerbiedigd en waargemaakt worden.

In deze blog staat artikel 20, persoonlijke mobiliteit, centraal. Dit artikel is verbonden met artikel 9, het algemene artikel over toegankelijkheid.

Inhoud artikel 20

Bij persoonlijke mobiliteit gaat het erom dat mensen met een beperking zo zelfstandig mogelijk hun leven kunnen vormgeven met de hulpmiddelen die ze daarbij nodig hebben. Net als mensen zonder beperking moeten ze kunnen werken, leren, hun hobby’s kunnen uitvoeren, sporten of naar de bioscoop of kroeg kunnen gaan. Wie ondersteuning nodig heeft bij zijn persoonlijke mobiliteit, heeft hier recht op. Denk aan taxivervoer, vergunningen voor parkeren, deelname aan het openbaar vervoer en ondersteuning bij mobiliteit (bijv. persoonlijk assistentie en de juiste hulpmiddelen). Bovendien moeten ze zelf kunnen kiezen welk(e) hulpmiddel(en) ze inzetten en op welk tijdstip ze dat doen. En dat is nog lang niet altijd mogelijk.

Toegankelijkheid = kernwoord

Zoals gezegd, is persoonlijke mobiliteit verbonden met toegankelijkheid (artikel 9). Dit is dan ook het kernwoord bij zelfstandig kunnen meedoen in de samenleving. Daarom wordt het genoemd bij de algemene beginselen van het verdrag (artikel 3). Daarnaast wordt er in de algemene verplichtingen op aangedrongen dat overheden onderzoek naar en de ontwikkeling van nieuwe technologieën bevorderen en uitvoeren.

BlueAssist

Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden die internet en apps bieden. Een mooi voorbeeld is BlueAssist. Mensen die moeite hebben zichzelf uit te drukken, kunnen met onder andere een app op de telefoon om hulp vragen aan een medeburger. Bijvoorbeeld als ze hulp nodig hebben bij het oversteken, het vinden van de juiste route of het reizen met het ov.

Verplichtingen voor de overheid

De overheid moet bevorderen dat er nieuwe hulpmiddelen en instrumenten komen die de mobiliteit van mensen met een beperking bevorderen. Deze oplossingen moeten bovendien betaalbaar zijn, zodat ze voor veel mensen beschikbaar zijn. Volgens artikel 9 moet de overheid passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking toegang hebben tot dezelfde voorzieningen als mensen zonder beperking. Het gaat daarbij niet alleen om de fysieke omgeving zoals de openbare ruimte en gebouwen, maar ook om informatie, communicatie en diensten. In artikel 9 wordt dit verder uitgewerkt in verschillende subartikelen. Daar komen we in een andere blog op terug.

Training rondom mobiliteitsvaardigheden

Ten slotte gaat artikel 20 in op de noodzaak van training in mobiliteitsvaardigheden voor mensen met een beperking zelf, maar ook voor personeel van instellingen en mensen die assistentie verlenen. Denk bijvoorbeeld aan mensen die mensen met een verstandelijke of visuele beperking leren om zelfstandig aan het verkeer of openbaar vervoer deel te nemen. Als je er even bij stilstaat hoe vanzelfsprekend het voor mensen zonder beperking is om hun leven zo te kunnen vormgeven als zij willen, dan wordt al snel duidelijk hoe belangrijk het is dat dit ook snel gerealiseerd wordt voor mensen met een beperking!

Heb jij een positieve of negatieve ervaring op het gebied van persoonlijke mobiliteit? Deel je ervaring met ons!

Heleen Hartholt

01 juni 2017

Het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap is inmiddels bijna een jaar van kracht in Nederland. Het verdrag verplicht de overheid en de samenleving ervoor te zorgen dat mensen met een beperking vanzelfsprekend mee kunnen doen in de samenleving. Net zoals ieder ander mens. Het verdrag roept op tot gelijkwaardigheid en non-discriminatie, maar ook tot respect, het vieren van diversiteit en het op alle terreinen betrekken van ervaringsdeskundigen. Verder roept het verdrag in artikel 8 iedereen op tot het bevorderen van het bewustzijn over de inhoud van het VN-verdrag, zodat de rechten van mensen met een beperking geëerbiedigd en waargemaakt worden.

In deze blog staat artikel 30 van het VN-verdrag centraal: Deelname aan het culturele leven, recreatie, vrijetijdsbesteding en sport.

Inhoud artikel 30

Artikel 30 van het VN-verdrag gaat over deelname aan het culturele leven, recreatie, vrijetijdsbesteding en sport. Het gaat hierbij om een brede invalshoek rondom cultuur, recreatie, vrije tijd en sport. Maar denk ook aan toerisme, televisie, bibliotheken, monumenten of festivals. Allemaal heel belangrijke zaken in het leven van mensen. Belangrijk om je te kunnen ontwikkelen, om je vrije tijd door te brengen en om dingen te kunnen ondernemen met je familie en vrienden.

Toegankelijkheid

Uiteraard besteedt het verdrag aandacht aan de fysieke toegankelijkheid van onder andere sportlocaties, musea, theaters, verenigingen, bioscopen, monumenten en toeristische attracties. Mensen met een beperking moeten immers gewoon met hun vrienden en familie hun vrije tijd door kunnen brengen waar zij willen. En op voet van gelijkwaardigheid mee kunnen doen.

Informatie en diensten

Maar het verdrag zegt meer. Het gaat er ook om dat je op dezelfde manier als anderen toegang hebt tot informatie over de verschillende activiteiten. Dat betekent dat de informatie begrijpelijk en toegankelijk moet zijn voor specifieke doelgroepen. Misschien nog wel belangrijker is, dat wat er getoond of gedaan wordt, bijvoorbeeld een televisieprogramma, film of festival, ook in de uitvoering toegankelijk is. Dat betekent dat er op allerlei manieren voor gezorgd moet worden dat iedereen mee kan doen. Denk bijvoorbeeld aan ondertiteling voor doven en slechthorenden of audiodescriptie voor blinden.

Meedoen

Niet alleen toegang en informatie is belangrijk, uiteindelijk gaat het om meedoen. Zeker bij sport en verenigingen. Daarom geeft het artikel ook verschillende aanwijzingen aan de overheid om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking kunnen deelnemen op alle niveaus van sport en cultuur en dat er waar nodig handicapspecifieke sport- en recreatieactiviteiten georganiseerd worden. Aan kinderen wordt in artikel 30 nog apart aandacht besteed.

Talenten ontwikkelen

Een ander belangrijk punt in dit artikel is dat de overheid ervoor zorgt dat mensen met een beperking hun creatieve, artistieke en intellectuele talenten en interesses kunnen ontwikkelen. Daarbij hebben mensen recht op erkenning en ondersteuning. Niet alleen voor henzelf, maar omdat dat de hele samenleving ten goede komt.

Heb jij een positieve of negatieve ervaring op het gebied van met een beperking meedoen aan cultuur, recreatie, vrije tijd en sport? Deel je ervaring met ons!

Heleen Hartholt

30 mei 2017

Laatst ging ik op een zondagavond naar een concert van Van Dik Hout in Theater Gooiland in Hilversum.

Voordat ik bij het theater was, moest Philip, een vriend en tevens mijn ‘lakei’ van die avond, nogal wat moeite doen om mij door de spoortunnel naar het centrum te rijden. De duwondersteuning van mijn rolstoel deed het namelijk weer niet, dus Philip was vandaag niet alleen de ‘lakei’, maar ook de duwondersteuning.

Toen we eindelijk bij het theater aankwamen, konden we niet direct naar binnen. We hadden op z’n minst verwacht dat er een hellingbaan zou zijn. Maar nee, ze hadden alleen een goederenlift die je op verzoek kon gebruiken. En dat verzoek moest je van tevoren indienen. Wat wij niet hadden gedaan dus. Gelukkig mochten we de lift toch gebruiken.

Eenmaal binnen waren we er echter nog niet. Richting de zaal konden we namelijk kiezen tussen een trap óf een ontzettend steile veel te smalle hellingbaan.  De trap viel vanzelfsprekend af, maar de helling was met een kapotte duwondersteuning een hele hindernis. Met lood in de schoenen reed Philip mij achteruit de hellingbaan af. Nou ja, al die dingen doe je gewoon als je een concert van Van Dik Hout wilt bijwonen. Hoe we later vanavond de hellingbaan weer óp moesten komen, daar dachten we nog maar even niet aan. Gelukkig was het een gaaf concert en hadden we dus wel een leuke avond.

Een paar dagen later hebben we contact gehad met Theater Gooiland. De manager bood meerdere keren zijn excuses aan.  Want natuurlijk moet ook iemand in een rolstoel gewoon naar binnen kunnen en hoeft hij dat niet van tevoren te melden. Het is die avond helaas misgegaan, omdat de gastheer ziek was en niemand zijn rol had overgenomen. Een absolute misser en als compensatie voor het ongemak mogen we in het nieuwe seizoen een voorstelling uitzoeken! Daar zijn we dan weer blij mee!

Marieke Jongmans

Heb jij ook een positieve of negatieve ervaring op het gebied van met een beperking meedoen aan cultuur, recreatie, vrije tijd en sport? Deel je ervaring met ons!

  

 

15 mei 2017

Het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap is inmiddels bijna een jaar van kracht in Nederland. Het verdrag verplicht de overheid en de samenleving om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking vanzelfsprekend mee kunnen doen in de samenleving. Net zoals ieder ander mens. Het verdrag roept op tot gelijkwaardigheid en non-discriminatie, maar ook tot respect, het vieren van diversiteit en het op alle terreinen betrekken van ervaringsdeskundigen. Verder roept het verdrag in artikel 8 iedereen op tot het bevorderen van het bewustzijn over de inhoud van het VN-verdrag, zodat de rechten van mensen met een beperking geëerbiedigd en waargemaakt worden.

Belangrijkste punten VN-verdrag

Veel mensen zijn zich er niet van bewust hoe noodzakelijk het VN-verdrag is voor de ontwikkeling van mensen met een beperking, chronisch zieken en bijvoorbeeld ouderen in ons land. Maar het VN-verdrag is niet alleen belangrijk voor deze groepen. Als we op grond van het VN-verdrag bouwen aan een inclusieve samenleving, profiteren we in Nederland allemaal van toegankelijke diensten, voorzieningen en gebouwen, en bouwen we aan een welkome samenleving. Zo worden we er allemaal beter van!

In 50 artikelen wordt in het VN-verdrag uitgelegd wat er moet gebeuren in Nederland om het VN-verdrag waar te maken. Wij vatten deze artikelen samen in 8 kernthema’s:

Zeggenschap en eigen regie. Hierbij gaat het om gelijkheid voor de wet, zelf beslissen over je leven, het recht op de benodigde ondersteuning bij het nemen van beslissingen (artikel 12, 21).

Toegankelijkheid en mobiliteit. Bij dit thema gaat het om de toegankelijkheid van de openbare ruimte en gebouwen, maar ook om vervoer, diensten, informatie, persoonlijke mobiliteit en gebruik kunnen maken van hulpmiddelen (artikelen 9, 20, 21).

Gezondheid en zorg. Hierbij gaat het om de juiste zorg en behandeling, ondersteuning op maat, respect, vrijwaring van misbruik en dwang, veiligheid, en toegang tot informatie (artikelen 12,15,16,17 19, 25, 26).

Cultuur, sport en vrije tijd. Dit thema draait om toegankelijkheid, voorzieningen, inclusieve verenigingen en aanpassingen bij toegang of participatie rondom cultuur en vrije tijd (artikel 30).

Onderwijs en ontwikkelen. Onder dit thema vallen: toegang tot regulier inclusief onderwijs, levenslang leren, samen met leeftijdsgenoten kunnen leren, voldoende zorg/ondersteuning krijgen bij leren, voorzieningen, hoge verwachtingen hebben van leerlingen (ondanks hun beperking), toegankelijkheid (artikel 24).

Zelfstandig leven en voorzieningen. Dit thema draait om zelfstandig wonen, de zorg en ondersteuning krijgen die nodig is, participatie in de samenleving, toegankelijkheid van voorzieningen, zelf beslissen waar je woont, midden in de maatschappij je leven vorm kunnen geven (artikelen 19 en 23).

Werk en inkomen. Bij dit thema gaat het om toegang tot werk en kansen op werk, noodzakelijke en redelijke aanpassingen, inclusieve arbeidsmarkt, betaald werk, mogelijkheden om door te groeien, voldoende inkomen (artikelen 27 en 28).

Deelname aan politiek en het openbare leven. Hierbij gaat het erom dat iedereen volledig mee kan doen met politiek, openbare functies kan bekleden en het initiatief kan nemen tot het organiseren rondom belangen. Maar ook de mogelijkheid om te stemmen, de toegankelijkheid van stemlokalen, voorzieningen en nodige aanpassingen om mee te kunnen doen vallen hieronder (artikelen 29 en 21).

Alleen samen kunnen we het VN-verdrag waarmaken. Daarom doen wij een oproep aan gemeenten, ondernemers, belangenorganisaties, verenigingen, scholen, overheidsorganisaties, openbaarvervoerbedrijven en inwoners om met elkaar het verschil te gaan maken in Nederland. Zodat iedereen vanzelfsprekend kan mee kan doen en een bijdrage kan leveren aan de samenleving. Want meedoen is een recht!

Heleen Hartholt, met dank aan Agnes van Wijnen

Initiatieven en organisaties die ook werken aan het waarmaken van het VN-verdrag:

Alliantie voor de Implementatie van het VN-verdrag 

Coalitie voor Inclusie

College voor de Rechten van de Mens

Hoezo Anders

Ieder(in)

Inclusion Europe

In1school

MindRights

Vereniging Inclusie Nederland 

Wij Staan Op

Deze website wordt binnenkort vervangen door een nieuwe toegankelijke website.